Nienke's Column - Het poezenpact › Rodi Petfood

Nienke's Column - Het poezenpact

19 september 2019

Mijn moeder vertelde altijd dat het eerste woord wat ik kon zeggen ‘poes’ was. En vanaf het moment dat ik het kon zeggen zeurde ik er dus om. Op mijn 11e ging mijn moeder eindelijk overstag en liep kater Sam, in zijn zwart-witte smoking-outfit, vergezeld van tientallen nestvlooien, mijn leven binnen. Hij groeide uit tot een kat van zeven kilo. Elf jaar werd hij vertroeteld met aandacht, knuffels, poulet van de slager, vers gekookte vis en soms een restje duinkonijn. Hoewel we hadden gezien dat hij altijd goed uitkeek bij het oversteken, werd een auto hem toch fataal. Wat een verdriet…

Altijd had ik gedacht later het dienstmeisje van een of meerdere katten te worden. Want zo zit dat met poezen. Hoe ironisch dat we nou net aan de drukste weg van Terschelling kwamen te wonen. En verdriet om een doodgereden huisgenootje, dat nooit meer. Dus houden we het bij honden en huiskonijnen.  Gelukkig hebben we rondom ons buren wonen met katten, die onze natuurlijke tuin als meest katvriendelijke omgeving hebben uitgeroepen.

Ik verdenk de buurtpoezen ervan dat ze het expres doen; tergend langzaam over het tuinpad lopen, in de hoop dat ze door de binnenshuis verblijvende viervoeters opgemerkt worden. Niets leukers voor een kat dan drie stuiterende, blaffende honden achter het raam. Rustig gaan ze op hun kattenkrentje zitten om de voorstelling nog eens op hun gemak te kunnen bekijken. Sinds buurkat Nobby, blijkbaar hoofd van ons tuinterritorium, overleden is, zien we opeens weer andere katten in de tuin. En volgens mij hebben ze een pact gesloten. Hun doel is om het mij en de honden tijdens de laatste uitlaatronde, zo moeilijk mogelijk te maken.

Ik ben nogal bang om mijn buren tot last te zijn en mijn honden zijn erg vocaal aangelegd, dat heb je met herdertypjes.  Zeker in de nachtelijke uren, voor het slapen gaan, wil ik niet dat ze buiten blaffen. Ik weet dat ze uit hun dak gaan bij het bespeuren van een kat en ik weet bijna zeker dat de buurtpoezen er een satanisch genoegen in scheppen om de honden toch aan het blaffen te krijgen. En het poezenpact breidt zich steeds verder uit lijkt het wel.

Een paar dagen geleden stap ik rond half 12 de deur uit en zie aan de overkant van de straat een kat zitten. Roerloos. In alles straalt hij uit dat hij blijft zitten waar hij zit en als ik de honden uit wil laten moet ik naar de overkant. Ik ga weer naar binnen, wacht tot ik hem weg zie gaan en waag een tweede poging. Het lukt me om geruisloos naar de rustige weg langs het duingebied te komen. Voorheen liep ik een rondje, maar nu de doorgang tussen de gebouwen van de zeevaartschool door een maandenlange verbouwing afgesloten is, moet ik een stukje heen en weer lopen. Heen hebben we zonder hindernissen gehad. Ik draai om, ben bijna weer bij het einde van de weg, als ik op het hek een kat zie zitten. De honden hebben hem nog niet gezien, dus draai ik weer om en bedenk dat ik een grotere ronde moet maken en in plaats langs de school, langs het verder gelegen hotel moet gaan. Als ik nog eens omkijk zie ik de kat die op het hek zat wegschieten, maar nu ben ik al bijna bij het hotel. Onderaan de trap naar het hotel zit een kat. Roerloos. En hij is niet van plan weg te gaan. Ik draai opnieuw om, loop voor de derde keer de weg langs, loop onze straat door en dan is het me uiteindelijk gelukt, met een kwartier vertraging, zonder geblaf  de voordeur te bereiken. Als ik de deur open zal doen schiet bij het vijvertje achter in de tuin een kat weg.

Sorry buren!

Nienke Meijvogel-Blom is ‘stukjesschrijver’, zeemansvrouw en hondenliefhebber. Ze woont met de Samojeden Binne en Malle en IJslandse hond Mette op Terschelling, waar ze genoeg inspiratie opdoet om voor ons elke maand opnieuw een hondencolumn te schrijven.

Nienke en haar belevenissen dagelijks volgen? Dit kan via Facebook of Instagram!

  • Delen via:
Nienke's Column - Het poezenpact
Bekijk ze allemaal

Winkelzoeker Waar kan ik Rodi kopen?