Nienke's Column - Wat zijn dat dan? › Rodi Petfood

Nienke's Column - Wat zijn dat dan?

13 augustus 2019

Ik dacht dat we, sinds we 30 jaar geleden onze eerste Samojeed kregen, alles wel gehoord hadden wat er mogelijk aan onze lijntjes liep. Maar vorige week hoorde ik toch weer iets nieuws. En ik twijfel of nieuwe benamingen hier nog bovenuit komen.

Het begon in 1989 met twee bolletjes witte wol aan een lijntje en een kindje wat enthousiast: “Papa!...Beer!” begon te roepen, ondertussen wijzend op Fitz, die duidelijk een groter teddybeergehalte had dan zijn wolfachtige broertje Fellow. “Nee, dat zijn hondjes”, zei papa nog, maar zoontje was niet te overtuigen: “Beer!” En daarmee begon 30 jaar speculeren, rasraden en lollige opmerkingen die niet zo grappig meer zijn als je ze wekelijks hoort. Zo hoorden wij in de loop der jaren alle wasmiddelmerken wel voorbij komen, evenals de opmerking dat onze honden vast niet vies mochten worden of bij regenachtig weer de verwachting dat ze vast niet lang wit zouden blijven.

Bij het onderwerp ‘Raad het Ras’ hebben we ook alles wel voorbij horen komen. Husky’s, witte herders, Chowchows en natuurlijk de Kees. Deze laatste levert vaak wat verwarring op. “Och kijk, wat een mooie Keeshonden!” Waarop mijn man steevast antwoordt dat het geen Keeshonden zijn, maar Cees zijn honden. De opmerking “Mooie Kees”, neemt hij ook altijd dankbaar in ontvangst.

Behalve de rasraders die over het algemeen best leuk en geïnteresseerd zijn als je wat meer over het ras vertelt, heb je ook nog de ‘raskenners’. Peinzend kijken ze naar de honden en vragen tenslotte wat het zijn. Als ik antwoord dat het Samojeden zijn, krijg ik vaak te horen dat dat niet kan, want ze hebben een neef, buurman of vriendin met een Samojeed en die ziet er heel anders uit. “Maar dan zijn dit geen echte, want die van mijn buurman zijn heel anders en hebben een stamboom.” Het kost vaak enige moeite ze ervan te overtuigen dat er twee versies van de Samojeed zijn, dat onze honden toch ook echt een stamboom hebben en dat de 2.0 versie verreweg het populairst is, maar dat wij de retroversie van het ras prefereren. Hoofdschuddend over zoveel domheid van onze kant vervolgen ze uiteindelijk hun pad.

Ook de Sheltie die we 13 jaar hadden werd vaak ergens anders voor aangezien. Omdat Galynn wat te groot was voor haar ras en een vrij atletische bouw had, werd ze geregeld voor Bordercollie aangezien. Of voor Schotse herder. Maar omdat ze daar dan weer te klein voor was, werd ze meestal mini-collie of kleine Lassie genoemd. Bonsai-collie was de mooiste benaming die ik hoorde.

Witte wolven, poolvossen, ijsberen, we hoorden het allemaal. Hierdoor was het bijna een verademing toen mijn broer, die IJslandse Mette zag toen ze een half jaar oud was, voorzichtig opmerkte dat ze eigenlijk wel op een hondje leek. Hiermee bedoelend dat we na een roedel fabeldieren nu toch eindelijk een echte hond hadden. Bij nader inzien bleek ‘een echte hond’ ook garant te staan voor het gedrag van een varken, want elke prutplas was voor Mette.

Ik dacht het dus allemaal wel gehoord te hebben, tot vorige week. Ik liep met de honden langs het fietspad toen er een vader met zijn zoontje voorop de fiets aan kwam. “Papa, papa!” schreeuwde het kereltje enthousiast, “die honden lijken op eenhoorns!” Met een grote grijns liep ik verder. Nadeel van het leven in een sprookjeswereld is dat je er zelf zo saai bij afsteekt. Volgende week laat ik mijn haar roze verven. Ik zal ze krijgen…

Nienke Meijvogel-Blom is ‘stukjesschrijver’, zeemansvrouw en hondenliefhebber. Ze woont met de Samojeden Binne en Malle en IJslandse hond Mette op Terschelling, waar ze genoeg inspiratie opdoet om voor ons elke maand opnieuw een hondencolumn te schrijven.

Nienke en haar belevenissen dagelijks volgen? Dit kan via Facebook of Instagram!

  • Delen via:
Nienke's Column - Wat zijn dat dan?
Bekijk ze allemaal

Winkelzoeker Waar kan ik Rodi kopen?